| In het boek 'Wormcruyt met suycker' (1950) schrijft D.L. Daalder over
Leni Saris o.a. het volgende:
"Kindertehuis de toekomst is één van de beste boeken
voor oudere meisjes, die ik ken. Ik heb van deze jonge schrijfster grote
verwachtingen."
In 'Wormcruyt met suycker' is Leni Saris ook zelf aan het woord:
Leni
Saris: "Op 23 September 1917 werd ik te Rotterdam geboren, ging
daar later school op het R.K. Instituut St. Lucia, waar ik ook verder de
M.U.L.O. doorliep.
Daarna behaalde ik enkele noodzakelijke kantoor- diploma's en werk
sindsdien op een notariskantoor, waar ik onderhand negen jaar ben.
Tijdens
mijn schooljaren voelde ik me sterk aangetrokken tot tekenen, ik ben van
plan geweest, daarin door te gaan. Het is er niet van gekomen, maar het
behoort nog tot mijn liefhebberijen. |
 |
In
1935 ben ik ernstig met schrijven begonnen.
Mijn eerste boek voor oudere meisjes, Licia zet door, verscheen
in 1938. Omstreeks 1939 en begin 1940 kwamen twee boeken, Villa
Zonneschijn en Leontine, van de pers.
In
Mei 1940 zou bij Van Holkema & Warendorf te Amsterdam Kinderhuis
De Toekomst verschijnen, maar aangezien in de oorlogsdagen de
betreffende drukkerij in Wageningen verwoest werd, gingen het zetsel,
papier e.d. met al het andere verloren, zodat de uitgave, naar de firma
Van Holkema mij berichtte, dus niet door zou kunnen gaan.
Enkele
maanden later kreeg ik het, voor mij zeer verheugende bericht, dat het
toch zou verschijnen; dit gebeurde eind 1940. Dat was het einde, want in
de oorlogsjaren is er niets van mij verschenen.
Zo bleef, noodgedwongen, ook het vervolg op Kindertehuis De Toekomst
jarenlang liggen, maar ik hoop, dat dit nu binnen afzienbare tijd zal
verschijnen.
Op
het ogenblik werk ik aan De Tocht naar het Licht, wederom een
roman voor oudere meisjes; tot dit werk, jeugdlectuur, voel ik me het
meest aangetrokken.
Voor
de oorlog werden in enkele couranten, weekbladen etc. korte verhalen,
schetsen e.d. geplaatst, maar de oorlog maakte ook hieraan een einde,
want in deze jaren deed ik zoals vanzelf spreekt, geen enkele poging, in
periodieken verhalen geplaatst te krijgen.
Als
ik tijd over heb, maar dat gebeurt bijna nooit, schrijf ik soms een kort
verhaal, waarvan er kort geleden een door het damesblad Libelle werd
aangenomen. Plannen voor de toekomst heb ik nog genoeg, maar voorlopig
alles op gebied van jeugd- en kinderlectuur, waartoe ik mij, zoals ik
hierboven reeds schreef, het meest voel aangetrokken, omdat ik van
kinderen houd en daarom heet liefst voor en over hen schrijf."
Tot zover Leni Saris zelf.
Leni Saris brak in de eerste jaren van de Tweede
Wereldoorlog door bij het grote publiek en schreef vanaf dat moment elk
jaar twee boeken. Bijna dertig jaar werkte ze na een
secretaresseopleiding bij een notariskantoor. Schrijven deed ze in de
avonduren. Pas in 1971 wijdde ze zich fulltime aan het schrijven van
haar boeken, die ze als 'ontspanningsromans' typeerde.
Saris' boeken gingen over de liefde in een wereld met
aardige mensen, maar zonder seks. Bij de romantiek mocht beschaafd
gezwijmeld worden. Haar boeken hadden altijd een happy end: aan het eind
krijgt het meisje de knappe man die ze zocht. Hoewel Saris nooit
beweerde literatuur te schrijven, was ze niet gelukkig met de
neerbuigende manier waarop de literaire kritiek met haar omging.
Hoewel Leni Saris over de liefde schreef, heeft ze
zelf nooit een grote liefde gekend. Ze is naar eigen zeggen maar één
keer verliefd geweest, en beweerde dat ze getrouwd was met haar werk.
Saris bleef tot aan haar dood actief als schrijfster; haar laatste boek,
Wij drieën, verscheen postuum in het voorjaar van 2000 bij haar
vaste uitgever, uitgeverij Westfriesland in Hoorn.
Bij het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis is
een uitgebreide levensbeschrijving te lezen.
Lees hier
|