Praten over
De
waarheid achter haar boeken
"En
toen zag ik die film, "De rode schoentjes", over het
ballet. Die danseres werd Merel uit mijn boeken"
De
merkwaardige gebeurtenissen
"Ik
liep bij die schilder binnen en daar stond het. Een
schilderij, precies zoals ik had bedacht en beschreven"
De
autobiografische gedeelten
"Die eerste boeken, daar zit veel van mezelf in. Zo was
ik, ingetogen en schijnbaar hooghartig"
De schrijfster Leni
Saris
"Ik zat op kantoor,
maar eigenlijk was ik schrijfster. Altijd geweest. Dat
creatieve, dat heb ik van mijn vader"
"In feite heb ik nooit
iets voor kantoorwerk gevoeld. Maar ik moest wel. In
Nederland kan bijna geen enkele schrijver van zijn
boeken leven. Dat ik dat nu kan is iets om dankbaar voor
te zijn."
Els Loesberg: "Als je
tegen mij zegt Leni Saris, dan denk ik onmiddellijk aan
het eerste boek dat ik van haar las, "Het leven is een
wonder". Ik was een jaar of dertien en begon me te
interesseren voor romantische lectuur. Maar niets was me
romantisch genoeg. Tot ik Leni Saris ontdekte. Na "Het
leven is een wonder" ben ik alles van haar gaan lezen.
Elk boek sloot aan bij míjn dromen. Zoals haar boeken
verliepen, zo wilde ik dat míjn leven zou verlopen. Leni
Saris is zo onverbrekelijk verbonden met mijn
tienertijd. Ik heb alle boeken van haar bewaard, voor
mijn dochters als ze dertien zijn."
Els Rozenbroek: "De
romantiek, dát is wat mij in de boeken van Leni Saris zo
aanspreekt. Mijn oudste zusje had veel boeken van haar
en toen ik een jaar of twaalf was, begon ik ze ook te
lezen. Het eerste boek dat ik las was "En zo begon het"
en dat was zó romantisch, dat ik méér wilde lezen. En,
als ik eens nergens zin in heb en lekker op de bank wil
liggen, lees ik ze nóg. Maar dan voornamelijk haar
oudere werk, want uit de nieuwere is de romantiek een
beetje verdwenen. En dat vind ik jammer. Maar, één ding
weet ik nu al: als ik ooit een dochter krijg, geef ik
haar op haar twaalfde alle boeken van Leni Saris."
Marianne de Groot:
"Toen ik begon met Leni Saris lezen, was het een ware
rage. Al mijn vriendinnen lazen boeken van haar. Ik
herinner me nog goed het eerste boek dat ik las, "Leontine".
Vanaf dat moment ben ik meer gaan lezen. Leni Saris
heeft precies de goede toon en sfeer te pakken, de sfeer
die je van romantische boeken verwacht. Bovendien, "Leontine"
bijvoorbeeld, gaat over iemand die is verongelukt en
later nog blijkt te leven. Het is dramatisch. En in ál
haar boeken zitten van die dramatische dieptepunten. Ik
denk dat het ook dat is wat haar boeken altijd zo
aantrekkelijk heeft gemaakt."
"Het was nu nog rustig
en ze namen het kleine tafeltje achteraan de
rechterzijde. De kaars op tafel werd aangestoken en
Verena genoot zichtbaar van de prettige sfeer en daarin
stond ze zowaar niet alleen, hoewel ze dat niet wist,
want ze kwam hier voor het eerst" (uit: Schimmetje). In
hetzelfde restaurant én aan hetzelfde tafeltje dat ze in
meerdere boeken heeft beschreven praat Leni Saris hier
met de drie Libelle-redactrices.
De laatste bladzijde
lezen, met een zucht het boek dichtslaan en dan een
gevoel hebben van: Jammer dat het afgelopen is. En dan:
dromen. En: hopen dat je ooit nog eens zoiets romantisch
mee zult maken als de hoofdpersoon. Dat is Leni Saris
lezen, nu al dertig jaar lang, voor duizenden en
duizenden meisjes en vrouwen. Dat was het ook voor de
drie Libelle-redactrices, die nu, jaren later, een
ontmoeting hadden met Leni Saris en die haar vroegen:
Wát gaat er schuil achter al die verhalen, wat is er
wérkelijk gebeurd en wat heeft u zélf meegemaakt? Het
werd een boeiend gesprek. Over nooit vermoede
achtergronden, maar ook, over de schrijfster zelf.
"...Ze gingen de
Coeswaerd binnen, klein maar sfeervol, helemaal in
oudhollandse stijl ingericht en hier was het, zoals Kent
zei, altijd zo druk dat je er maar nauwelijks een
plaatsje kreeg, ofschoon er een knusse kamer aan de
achterzijde bijgetrokken was waar eventueel twee niet te
uitgebreide families zich aan de vele
pannekoekspecialiteiten van de Coeswaerd tegoed konden
doen. Het was nu nog rustig en ze namen het kleine
tafeltje achteraan de rechterzijde. De kaars op tafel
werd aangestoken en Verena genoot zichtbaar van de
prettige sfeer en daarin stond ze zowaar niet alleen,
hoewel ze dat niet wist want ze kwam hier voor het
eerst.
"Ik vind het hier
enig," zei ze enthousiast. "Het is maar wat je ervan
maakt en dat is hetzelfde wat me in mijn winkeltje zo
trekt, ook een beetje de romantische, warme sfeer waarin
je je gelukkig en feestelijk voelt, zoals hier." "Ja, ik
vind het overigens net zo belangrijk dat er hier zo
rustig en vriendelijk geholpen wordt, dat heb je met een
familiezaak."
Kent knikte tegen de
jongen die kwam vragen wat hun wensen waren. Kent nam
een boerenomelet. Verena noemde dit: "Een door een
omelet warm toegedekte maaltijd-met-verrassingen." Het
zag er heerlijk uit maar zelf had ze een appelpannekoek
besteld omdat je die heerlijk met stroop kon laten
vollopen." (Schimmetje)
Het is maandagmorgen,
een uur of twaalf. De plaats: het hierboven door Leni
Saris beschreven restaurant de Coeswaerd in Laren; zelfs
het tafeltje rechts achteraan. En natuurlijk komen de
"toegedekte verrassing" en allerlei pannekoeken op
tafel. De aanwezigen: de schrijfster Leni Saris, en drie
redactrices, Els Loesberg, Els Rozenbroek en Marianne de
Groot, die al vanaf hun twaalfde jaar haar boeken
kennen. De bedoeling: meer te weten komen over Leni
Saris zelf en over haar werk, vooral over de
gebeurtenissen en de mensen in haar boeken die op
waarheid berusten. Op zoek naar de binnenkant van haar
boeken.
Leni Saris: "Iedereen
die bijvoorbeeld in "Geef mij vandaag en iedere dag"
voorkomt, bestaat echt. De achtergrond voor dit boek
vormen de burchtfeesten in het Limburgse Noorbeek. Die
feesten worden nog steeds ieder jaar gehouden. Ik ben er
toen de eerste keer bij geweest. En dat was zo schattig,
werkelijk. Ik was er helemaal kapot van. Ik ben het jaar
daarna ook gaan kijken, maar toen zei het me niet zoveel
meer. De charme van het nieuwe was eraf. Iedereen ging
zich ermee bemoeien, iedereen dacht dat hij het beter
kon, de hele sfeer veranderde. Bovendien werd mijn
moeder die met me mee was gegaan daar ziek, en sindsdien
heeft dat Noorbeek voor mij een naar bijsmaakje.
Maar met die mensen
heb ik nog steeds contact. Ik had van die feesten een
film gemaakt - stelde niets voor hoor, een
amateuristisch geval - en het hele dorp is ernaar komen
kijken. Het is echt zo: er zit altijd een waar verhaal
achter een boek. Of de mensen bestaan of het verhaal
bestaat of er komen kleine dingen in voor die echt
gebeurd zijn."
Els Loesberg: "Kunt u
nog meer van die voorbeelden noemen?"
Leni Saris: "Ja, ik
kan zoveel opnoemen. Het geldt voor vrijwel elk boek dat
ik geschreven heb. Misschien herinner je je het boek "De
zesde reisgenote", over een groepje mensen dat een tocht
door het oerwoud maakt. Die reis heeft mijn vriendin uit
Brazilië gemaakt. Zelf ben ik niet in het oerwoud
geweest, eerlijk niet. Maar ze heeft me er wel alles
over verteld. In "Ieder jaar bloeit de gouden regen"
komt een pater voor die zich inzet voor de armen in
Parijs. Ook die bestaat echt. Maar al die
mannequin-toestanden die ik in dat boek beschreven heb,
heb ik verzonnen. Ik weet niet hoe ik het allemaal bij
elkaar heb kunnen fantaseren. Het is trouwens mijn best
verkochte boek. En wat niemand geloven wil - die hechte
familie uit de cyclus "Nu gaat de zon nog onder", "Als
het licht in de morgen" en "Uit de wereld aangewaaid"
bestaat óók. Die hingen zo verschrikkelijk aan elkaar.
Die band was er. Maar niemand die het geloven wil. En
het was gewoon zo, het is nóg zo."
Els Rozenbroek: "En
die andere serie? Over die meisjes die een pension in de
bossen runnen. Er komt een postkoets in voor..."
Leni Saris: "Ik was
toen helemaal gek van zo'n postkoets. In een zeker
gedeelte van Duitsland, daar reed er één."
Marianne de Groot: "En
die hoorde ook echt bij een pension?"
Leni Saris: "Ja, maar
ik weet niet meer waar het was; het is al zolang
geleden."
Els Rozenbroek: "Een
van de hoofdpersonen in die serie, vooral in het boek
"En zo begon het" is Merel. Dat is een van onze grote
favorieten. Wie is daar nou de inspiratiebron van
geweest?"
Leni Saris: "De
achtergrond was vooral mijn grote liefde voor het
ballet. De mensen dachten zelfs dat ik er iets mee te
maken had, maar dat was niet zo. Als je iets heel fijn
vindt, kun je er goed over schrijven."
Els Rozenbroek: "Dus u
had niet een bepaalde danseres in gedachten?"
Leni Saris: "Nou, ik
was toen erg onder de indruk van de film "De rode
schoentjes". Een beeldschone film. En die
hoofdrolspeelster, dat was Moira Shearer, die zag er
echt uit, zoals ik Merel beschreven heb."
"Alex had nog nooit
zeegroene ogen gezien, maar de grote kinderogen hadden
die kleur. Ze stonden in het mooiste gezichtje, dat hij
ooit tegengekomen was en het zwarte haar, strak
weggetrokken, danste op haar rug in een zware, krullende
bos, die met een groen lint was samengebonden." ("En zo
begon het")
Els Rozenbroek: "Ik
heb een hele tijd serieus overwogen om, als ik een
dochter zou krijgen, haar Merel te noemen. Maar ik vond
het risico te groot. Ik dacht: straks krijg ik een
blonde stoere dochter die helemaal niet op Merel lijkt,
die helemaal niet donker en beeldschoon is."
Leni Saris: "Het komt
vaak voor dat een kind naar een persoon in mijn boeken
wordt genoemd. Dan komen ze mij vragen wat zo'n naam
betekent. Tegenwoordig zoek ik het altijd maar even na."
Els Loesberg: "En dat
andere zusje, Lon, bestaat die ook echt?"
Leni Saris: "Ja, maar
ik weet niet meer wie ik toen voor ogen had. Dat geldt
ook voor de liefdesgeschiedenis in dat boek over Lon,
Lex en Merel. Die is echt gebeurd. Ik kan me alleen niet
meer herinneren hoe en van wie ik het gehoord heb. Er
zijn er een heleboel van wie ik het nog wel weet. Dat
meisje Shera in "Vleugels... en de wereld aan mijn
voeten" dat als kind uit een boom valt, en later toch
een beroemd kunstschaatsster wordt - dat is een nichtje
van mij. Die kreeg ook zo'n ongeluk, en die had
hetzelfde karakter, hetzelfde doorzettingsvermogen - ze
is alleen nooit een schaatsster geworden. En in het
ziekenhuis, dat beschrijf ik ook in het boek, was
iedereen gek op dat kind, alleen al door dat enorme
doorzettingsvermogen van het kleine ding. Ik heb ook
verschillende keren een bepaald onsympathieke tante
beschreven, in "Lente Nocturne" en in "Tot ziens in
Yamboyo". Nou, of die bestond! Ze is vorig jaar
gestorven."
Els Loesberg: "Wist
zij dat ze de inspiratiebron was?" Leni Saris: "Ik weet
het niet, ik denk het niet."
Marianne de Groot:
"Die tante Johanna in "Lente Nocturne" wordt op het
laatst wel wat aardiger."
Leni Saris: "Nou, die
van mij is nooit aardiger geworden. Ik had twee tantes.
Die ene, een zuster van mijn moeder, was alleen
hooghartig, maar verder wel aardig. En die andere, een
zuster van mijn vader, dat was echt de gesel van de
familie, nog erger dan tante Johanna. Alle neefjes en
nichtjes trokken zich terug op de vestingmuren als zij
in zicht kwam."
Els Loesberg: "U hebt
ook een band met het circus?"
Leni Saris: "Ja, dat
komt door een vriendin van mij. Die heeft model gestaan
voor "Het applaus is voor jou, Isabella" en voor "Lili-Narcissa",
boeken die allebei in het circus spelen. De verhalen die
zij vertelde, daar genoot ik altijd van, Ze moest van
haar vader ook bij het circus komen, maar zij wilde per
se niet. Ze woonde bij haar oom en tante en ze groeide
op tot een leuk meisje. Maar ze maakte zich zo lelijk en
zo lomp mogelijk, net als in Lili-Narcissa."
Els Rozenbroek: "Deed
ze dat écht?"
Leni Saris: "Ze was
doodsbang dat ze mee moest. Pas later, toen dat niet
meer hoefde werd het een verschrikkelijk aardig meisje
om te zien; daarvoor was ze maar tuttig."
Marianne de Groot:
"Schilderijen spelen ook vaak een belangrijke rol in uw
boeken, in "De brug tussen gisteren en morgen"
bijvoorbeeld en in "Pepita speelt met de zon"."
Leni Saris: "Dat komt
doordat mijn vader altijd schilderde, altijd met
schilderen bezig was, vanaf zijn jonge jaren. Ik heb
vroeger ook gedacht voor ik ging schrijven: nou, ik ga
maar tekenen. Maar als je daar helemaal niets meer aan
doet, gaat dat over. Ik zou het nu niet meer kunnen. Hij
schilderde prachtig en hij speelde piano. Daar heb ik
het van. Mijn moeder was meer praktisch in gesteld. Ik
had ook graag sieraden willen ontwerpen - je kan alleen
niet alles tegelijk. Ik kom uit een familie van
juweliers. Mijn grootvader van vaders kant ontwierp
juwelen - hij ontwierp zelfs de gouden karretjes voor
het vlooientheater. Dat had je vroeger nog. Ik hou erg
van juwelen, ik ben altijd op jacht naar mooie dingen;
dus dat zal wel erfelijke belasting zijn. Ik heb er
uitvoerig over geschreven in "Edelsteentje".
Els Loesberg: "Merel
heeft ook zo'n prachtig stel sieraden, die
dauwdruppels."
Leni Saris: "O schei
uit. Die dingen bestonden werkelijk. Een van die tantes
had ze. Ik heb nog nooit zoiets moois gezien. Maar waar
ze gebleven zijn weet ik niet. Ik heb er één keer naar
mogen kijken - en daarna zei ze opeens dat ze ze
helemaal niet had. Heel raar."
Marianne de Groot: "En
de sieraden van dat andere zusje van Lon en Merel,
Kyra?"
Leni Saris: "Ja, dat
granatenstel. Ook dat bestond. Maar al die beeldschone
sieraden zijn spoorloos verdwenen. Ik heb er helaas
niets van geërfd. Dat artistieke van mijn vader en
grootvader heb ik ook. Ik kan goed leuke feesten in
elkaar zetten. Toen de "Schotse Symfonie" uitkwam heb ik
bijvoorbeeld een echt Schots feest gegeven - dat was
heel geslaagd. En ik kan leuke poppen maken, sierpopjes.
Ik heb zelfs eens een bruidsstoet gemaakt. Maar een
huisvrouw ben ik niet. Ik hoefde dat ook nooit. Ik
werkte en ik schreef, en verder kwam ik nergens toe. Ik
woonde bij mijn ouders en mijn moeder zorgde voor alles.
Met het resultaat dat ik twee linkerhanden had. En toen
mijn moeder dood was - ik at niet, ik kreeg er bijna een
maagkwaal van. Mijn vriendin zei altijd: "Je kon nog
geen water koken zonder het aan te laten branden". Dat
is een heel moeilijke tijd geweest, maar dan leer je het
echt wel. Ik kan koken, al zal ik nooit een superkok
worden, en al ziet de keuken er daarna uit als een
verbeterd slagveld. Ik heb wel iemand om het huis schoon
te houden, want je moet mij niet achter een stofzuiger
zetten - dan breek ik mijn nek erover, hij blijft achter
alle tafels hangen, ik val overal over. Daar heb ik echt
de pest aan. Nee, zo'n huisvrouw van: nou ga ik eens
gezellig poetsen, dat ben ik helemaal niet. Maar mijn
huis is gezellig en ik heb het prima naar mijn zin. Voor
mij is sfeerbepalend dat het gezellig is, dat overal
bloemen en planten staan, de open haard aan... Voor mijn
part gaan mensen in een leefkuil zitten, maar ik vind er
niks aan. En al die witte toestanden, die je in sommige
bladen ziet, dat zegt mij niets. Ik vind het zo koel en
zo koud als wat. Ik heb een heleboel leuke dingen van
vroeger - die ga ik toch niet de deur uitdoen. En dan
van die lekkere stoelen. Ik hang graag. Ik ben echt een
type dat op stoelen gedrapeerd hangt. Als kind had ik
ook altijd de neiging om languit op de grond te gaan
liggen voor de open haard, en dan lekker een kopje thee
bij je, heel knus."
Marianne de Groot: "U
hebt het heel lang gecombineerd, werken op een
notariskantoor en schrijven..."
Leni Saris: "Ja, dat
was een verschrikkelijke zenuwentoestand. In feite ben
ik nooit kantoorjuffrouw geweest, maar altijd
schrijfster. Toch moest ik wel. In Nederland kan
praktisch geen enkele schrijver van zijn boeken leven.
Dat ik dat nu kan is iets om dankbaar voor te zijn. Je
hoeft er niet voor naast je schoenen te gaan lopen, want
je hebt het ook maar gekregen. Ik vond er niets aan op
kantoor. Later werd ik chef de bureau. Nou, dat geef ik
je ook te doen. Al die meiden in toom houden en zorgen
dat ze niet de pee aan je krijgen. Moest er een
vervelend werkje gebeuren, zaten ze met lange gezichten.
Dan zei ik altijd: "Wil jij dat doen? En als je het niet
wilt, doe het dan toch maar." In 1970 heb ik toen
gezegd: "Ik wil geen twaalf maanden meer werken, ik wil
steeds af en toe een paar dagen kunnen snipperen". Dat
beloofden ze, maar het kon nooit. Toen kwam er zo'n
streberig meisje op kantoor dat loog of het gedrukt
stond, werkelijk ziekelijk. Die wilde echt carrière
maken. Zij probeerde het leuke werk naar zich toe te
trekken en mij de vervelende karweitjes in de schoenen
te schuiven. Dat nam ik niet. En toen de baas dat niet
veranderde, heb ik ontslag genomen. Dat sloeg werkelijk
in als een bom."
Marianne de Groot:
"Neemt u later in uw boeken weleens wraak op zo iemand?"
Leni Saris: "Nee, als ik een onsympathiek iemand
beschrijf maak ik daar toch geen wraakoefening van. Daar
moet je voorzichtig mee zijn, want de mensen hebben de
neiging om zichzelf overal in te herkennen."
Marianne de Groot: "U
hebt wel verschillende keren uw kantoortijd beschreven."
Leni Saris: "Ja, in
"Oase van Groen" en vroeger al in "Leontine"! De mensen
die mij kenden zeiden altijd dat "Leontine" veel over
mijn eigen karakter vertelde. Ik was toen veel
introverter. Ik maakte vaak een hooghartige indruk. Zag
ik mensen niet op straat. En daar waren ze dan kwaad om.
Maar ik zag ze echt niet, want ik wilde mijn bril niet
ophebben, dat was de hele zaak. Zo ijdel natuurlijk als
ik weet niet wat. Als jong meisje vond ik een bril
afschuwelijk, en nog. Je voelt je uitgerangeerd. Later
heb ik lenzen geprobeerd, maar dat durfde ik niet."
Els Rozenbroek: "Leontine"
was een van uw eerste boeken..."
Leni Saris: "Ja, samen
met "De Muziek begon opnieuw". Het allereerste was "Licia
zet door" - dat was eigenlijk meer een probeersel. Daar
sta ik ook niet helemaal achter. Maar de uitgever vond
het leuk en het komt nog steeds uit. Ik kan me
voorstellen dat mensen als ze dat lezen en als ze niet
weten dat het mijn eerste boek was, zeggen: "Nou, die is
er ook niet op vooruit gegaan"."
Els Rozenbroek: "Ik
weet ook nog dat ik het las en dat ik dacht: Hee, wat is
die stijl opeens veranderd."
Leni Saris: "Mijn
vriendinnen zeggen: "Ik vond je oude boeken gezelliger,
want je hebt nu veel meer probleemtoestanden en
onvolledige gezinnen". "Ja," zeg ik dan, "maar ik kan
toch moeilijk nog zo schrijven als ik dertig jaar
geleden schreef. Dat zou niet normaal zijn."
Els Rozenbroek: "Ze
waren vroeger romantischer."
Leni Saris: "Ja, ook."
Els Rozenbroek: "U
beschreef meer kleren en de mannen waren rijker en de
huizen waren mooier..."
Leni Saris: "Ja, ik
zeurde meer over inrichtingen enzo."
Els Rozenbroek: "Dat
was geen zeuren; dat was juist enig."
Leni Saris: "Wat ik
schrijf is geen literatuur - dat heb ik ook nooit
beweerd. Maar ik stel wel eisen aan mijn boeken. Ik
onderzoek alles voor ik erover schrijf. Ik erger me
verschrikkelijk aan slordige fouten. Je kunt allemaal
wel eens een foutje maken. Ik ben ook niet volmaakt,
maar ik probeer altijd wel het zo goed mogelijk te doen.
Ik kan echt zeggen dat ik met hart en ziel achter mijn
boeken sta. Ik vraag me soms af: hoe komt het nu dat
juist ik zo'n succes heb? Misschien omdat je schrijft
zoals je praat. Als je schrijft kun je wel je best gaan
doen op verschrikkelijk mooie zinnen, maar ik vind dat
het gewoon moet overkomen. Ik denk dat ik anders nooit
deze grote lezerskring had gehad. De laatste tijd heb ik
reacties gekregen waar ik echt stil van werd. En daaruit
blijkt dat je de mensen kunt helpen op een bepaalde
manier, ook met iets dat geen literatuur is. Fantastisch
vind ik dat.
Mijn boeken brengen
gewoon gezelligheid. En mag dat niet? Moet je altijd
geconfronteerd worden met de beroerdste kant van het
leven? Mag je je nooit eens ontspannen? Toch vinden
mensen mijn boeken soms erg triest. "Toen kwam jij,
Annemarie" bijvoorbeeld..."
Els Rozenbroek: "Over
die schrijver met dat verdwenen zusje."
Leni Saris: "Ja, en ze
kwamen er later achter hoe zij om het leven gekomen was
door wat hij in een boek geschreven had. Toen is er
zoiets vreemds gebeurd: een paar jaar later gebeurde
iets dergelijks echt. Een meisje dat verdronk, en dat
kwam ook uit door een boek.
Met "Nevel in de
lente", een van mijn latere boeken, heb ik ook zo'n
merkwaardige geschiedenis meegemaakt. Aan het slot
daarvan beschrijf ik een schilderij, zuiver uit
fantasie. Bij mij in de buurt woont een schilder; hij
lijst ook dingen in. Op een keer ging ik er naar binnen
en daar stond dat schilderij! Precies zoals ik het
beschreven had. Ik was er kapot van. Maar hij wilde het
niet verkopen, en ik mocht het ook niet meenemen om er
een foto van te laten maken. Later heeft een vriendin
van me het nog geprobeerd. Maar nee hoor, hij was
keihard. Hij dacht dat ik er een handeltje van wilde
maken - ik zou niet eens weten hoe ik dat zou moeten
doen."
Marianne de Groot:
"Het gebeurt bij u vaak dat mensen die in een bepaald
boek een rol spelen in een later boek ook weer
voorkomen."
Leni Saris: "Al mijn
boeken staan op zichzelf, maar het gebeurt inderdaad dat
dezelfde mensen weer terugkomen. Ik vind dat je toch
moet weten hoe het met bepaalde personen verder gaat.
Dat vond ik vroeger zelf ook altijd vervelend als je dat
niet wist. Ik heb indertijd jaren gezocht naar een
vervolg dat aangekondigd was. Een hele tijd later bleek
dat het nooit geschreven was. Maar ik schrijf eigenlijk
nooit een boek met het idee: daar ga ik later een
vervolg op schrijven. Dat komt vanzelf. Neem nou
"Portret van zeven zusjes". Een van die meisjes is echt
een buitenbeentje. Een paar jaar later dacht ik: Ja,
maar dat is toch niet normaal. Het kan altijd, afwijkend
gedrag. Maar als er eentje zó buiten de boot valt, dan
moet er iets achter zitten. Daarom heb ik "Kern van
kristal" geschreven waarin dat wordt uitgelegd."
Els Rozenbroek: "Tot
mijn grote verbijstering laat u in "Reis in Duplo"
opeens weer de vader van Cissy en Pop uit "Het leven is
een wonder" en "De muziek begon opnieuw" opduiken die
een half jaar na het overlijden van zijn vrouw is
hertrouwd. En dat terwijl hij er zo verdrietig over was.
Het was zo'n ideaal huwelijk. Waarom laat u die man
opeens zoiets doen?"
Leni Saris: "Dat zal
wel spontaan gebeurd zijn. Ik kan niet iedere
gebeurtenis in een boek terugvoeren tot iets. Maar ik
vond het zelf ook wel beetje hard, ja. Ik vond het niet
aardig van mezelf. Schandelijk. Ik heb tegen mezelf
"Foei" gezegd, maar het wilde niet anders. Het kan toch
voorkomen - die man was gewoon eenzaam."
Els Rozenbroek:
"Waarom schrijft u geen boek over Romana, de dochter van
Merel?"
Leni Saris: "Ik zou
niet weten wat ik van het lieve kind moet vertellen;
daar heb ik nog nooit bij stilgestaan. Het zou kunnen.
Ik wil graag nog eens over die familie schrijven. Ik zal
erover nadenken."