Interview in Libelle


 

Home
Biografie
Leni vertelt
De boeken
Kruiswoord Nieuw!!!
Interview in Libelle
Hollands Dagboek
Krantenknipsel
Snippers
Knipsel
Jouw favoriete boek
Coverspel
Verdwenen manuscript
Leni Saris Quiz
Alle titels
Titels en series
Zoek tweedehands
Gastenboek
Contact
Leeftijd fans
Meehelpen
Doorgaan of stoppen?
Met dank aan...

 

Libelle 30-12-1983

Een heel bijzonder ontmoeting

Drie redactrices spreken met Leni Saris de geliefde schrijfster uit hun jeugd :


 

Praten over

De waarheid achter haar boeken

"En toen zag ik die film, "De rode schoentjes", over het ballet. Die danseres werd Merel uit mijn boeken"

De merkwaardige gebeurtenissen
"Ik liep bij die schilder binnen en daar stond het. Een schilderij, precies zoals ik had bedacht en beschreven"

De autobiografische gedeelten
"Die eerste boeken, daar zit veel van mezelf in. Zo was ik, ingetogen en schijnbaar hooghartig"

De schrijfster Leni Saris
"Ik zat op kantoor, maar eigenlijk was ik schrijfster. Altijd geweest. Dat creatieve, dat heb ik van mijn vader"

"In feite heb ik nooit iets voor kantoorwerk gevoeld. Maar ik moest wel. In Nederland kan bijna geen enkele schrijver van zijn boeken leven. Dat ik dat nu kan is iets om dankbaar voor te zijn."

Els Loesberg: "Als je tegen mij zegt Leni Saris, dan denk ik onmiddellijk aan het eerste boek dat ik van haar las, "Het leven is een wonder". Ik was een jaar of dertien en begon me te interesseren voor romantische lectuur. Maar niets was me romantisch genoeg. Tot ik Leni Saris ontdekte. Na "Het leven is een wonder" ben ik alles van haar gaan lezen. Elk boek sloot aan bij míjn dromen. Zoals haar boeken verliepen, zo wilde ik dat míjn leven zou verlopen. Leni Saris is zo onverbrekelijk verbonden met mijn tienertijd. Ik heb alle boeken van haar bewaard, voor mijn dochters als ze dertien zijn."

Els Rozenbroek: "De romantiek, dát is wat mij in de boeken van Leni Saris zo aanspreekt. Mijn oudste zusje had veel boeken van haar en toen ik een jaar of twaalf was, begon ik ze ook te lezen. Het eerste boek dat ik las was "En zo begon het" en dat was zó romantisch, dat ik méér wilde lezen. En, als ik eens nergens zin in heb en lekker op de bank wil liggen, lees ik ze nóg. Maar dan voornamelijk haar oudere werk, want uit de nieuwere is de romantiek een beetje verdwenen. En dat vind ik jammer. Maar, één ding weet ik nu al: als ik ooit een dochter krijg, geef ik haar op haar twaalfde alle boeken van Leni Saris."

Marianne de Groot: "Toen ik begon met Leni Saris lezen, was het een ware rage. Al mijn vriendinnen lazen boeken van haar. Ik herinner me nog goed het eerste boek dat ik las, "Leontine". Vanaf dat moment ben ik meer gaan lezen. Leni Saris heeft precies de goede toon en sfeer te pakken, de sfeer die je van romantische boeken verwacht. Bovendien, "Leontine" bijvoorbeeld, gaat over iemand die is verongelukt en later nog blijkt te leven. Het is dramatisch. En in ál haar boeken zitten van die dramatische dieptepunten. Ik denk dat het ook dat is wat haar boeken altijd zo aantrekkelijk heeft gemaakt."

"Het was nu nog rustig en ze namen het kleine tafeltje achteraan de rechterzijde. De kaars op tafel werd aangestoken en Verena genoot zichtbaar van de prettige sfeer en daarin stond ze zowaar niet alleen, hoewel ze dat niet wist, want ze kwam hier voor het eerst" (uit: Schimmetje). In hetzelfde restaurant én aan hetzelfde tafeltje dat ze in meerdere boeken heeft beschreven praat Leni Saris hier met de drie Libelle-redactrices.

De laatste bladzijde lezen, met een zucht het boek dichtslaan en dan een gevoel hebben van: Jammer dat het afgelopen is. En dan: dromen. En: hopen dat je ooit nog eens zoiets romantisch mee zult maken als de hoofdpersoon. Dat is Leni Saris lezen, nu al dertig jaar lang, voor duizenden en duizenden meisjes en vrouwen. Dat was het ook voor de drie Libelle-redactrices, die nu, jaren later, een ontmoeting hadden met Leni Saris en die haar vroegen: Wát gaat er schuil achter al die verhalen, wat is er wérkelijk gebeurd en wat heeft u zélf meegemaakt? Het werd een boeiend gesprek. Over nooit vermoede achtergronden, maar ook, over de schrijfster zelf.

"...Ze gingen de Coeswaerd binnen, klein maar sfeervol, helemaal in oudhollandse stijl ingericht en hier was het, zoals Kent zei, altijd zo druk dat je er maar nauwelijks een plaatsje kreeg, ofschoon er een knusse kamer aan de achterzijde bijgetrokken was waar eventueel twee niet te uitgebreide families zich aan de vele pannekoekspecialiteiten van de Coeswaerd tegoed konden doen. Het was nu nog rustig en ze namen het kleine tafeltje achteraan de rechterzijde. De kaars op tafel werd aangestoken en Verena genoot zichtbaar van de prettige sfeer en daarin stond ze zowaar niet alleen, hoewel ze dat niet wist want ze kwam hier voor het eerst.
"Ik vind het hier enig," zei ze enthousiast. "Het is maar wat je ervan maakt en dat is hetzelfde wat me in mijn winkeltje zo trekt, ook een beetje de romantische, warme sfeer waarin je je gelukkig en feestelijk voelt, zoals hier." "Ja, ik vind het overigens net zo belangrijk dat er hier zo rustig en vriendelijk geholpen wordt, dat heb je met een familiezaak."
Kent knikte tegen de jongen die kwam vragen wat hun wensen waren. Kent nam een boerenomelet. Verena noemde dit: "Een door een omelet warm toegedekte maaltijd-met-verrassingen." Het zag er heerlijk uit maar zelf had ze een appelpannekoek besteld omdat je die heerlijk met stroop kon laten vollopen." (Schimmetje)

Het is maandagmorgen, een uur of twaalf. De plaats: het hierboven door Leni Saris beschreven restaurant de Coeswaerd in Laren; zelfs het tafeltje rechts achteraan. En natuurlijk komen de "toegedekte verrassing" en allerlei pannekoeken op tafel. De aanwezigen: de schrijfster Leni Saris, en drie redactrices, Els Loesberg, Els Rozenbroek en Marianne de Groot, die al vanaf hun twaalfde jaar haar boeken kennen. De bedoeling: meer te weten komen over Leni Saris zelf en over haar werk, vooral over de gebeurtenissen en de mensen in haar boeken die op waarheid berusten. Op zoek naar de binnenkant van haar boeken.

Leni Saris: "Iedereen die bijvoorbeeld in "Geef mij vandaag en iedere dag" voorkomt, bestaat echt. De achtergrond voor dit boek vormen de burchtfeesten in het Limburgse Noorbeek. Die feesten worden nog steeds ieder jaar gehouden. Ik ben er toen de eerste keer bij geweest. En dat was zo schattig, werkelijk. Ik was er helemaal kapot van. Ik ben het jaar daarna ook gaan kijken, maar toen zei het me niet zoveel meer. De charme van het nieuwe was eraf. Iedereen ging zich ermee bemoeien, iedereen dacht dat hij het beter kon, de hele sfeer veranderde. Bovendien werd mijn moeder die met me mee was gegaan daar ziek, en sindsdien heeft dat Noorbeek voor mij een naar bijsmaakje.

Maar met die mensen heb ik nog steeds contact. Ik had van die feesten een film gemaakt - stelde niets voor hoor, een amateuristisch geval - en het hele dorp is ernaar komen kijken. Het is echt zo: er zit altijd een waar verhaal achter een boek. Of de mensen bestaan of het verhaal bestaat of er komen kleine dingen in voor die echt gebeurd zijn."

Els Loesberg: "Kunt u nog meer van die voorbeelden noemen?"

Leni Saris: "Ja, ik kan zoveel opnoemen. Het geldt voor vrijwel elk boek dat ik geschreven heb. Misschien herinner je je het boek "De zesde reisgenote", over een groepje mensen dat een tocht door het oerwoud maakt. Die reis heeft mijn vriendin uit Brazilië gemaakt. Zelf ben ik niet in het oerwoud geweest, eerlijk niet. Maar ze heeft me er wel alles over verteld. In "Ieder jaar bloeit de gouden regen" komt een pater voor die zich inzet voor de armen in Parijs. Ook die bestaat echt. Maar al die mannequin-toestanden die ik in dat boek beschreven heb, heb ik verzonnen. Ik weet niet hoe ik het allemaal bij elkaar heb kunnen fantaseren. Het is trouwens mijn best verkochte boek. En wat niemand geloven wil - die hechte familie uit de cyclus "Nu gaat de zon nog onder", "Als het licht in de morgen" en "Uit de wereld aangewaaid" bestaat óók. Die hingen zo verschrikkelijk aan elkaar. Die band was er. Maar niemand die het geloven wil. En het was gewoon zo, het is nóg zo."

Els Rozenbroek: "En die andere serie? Over die meisjes die een pension in de bossen runnen. Er komt een postkoets in voor..."

Leni Saris: "Ik was toen helemaal gek van zo'n postkoets. In een zeker gedeelte van Duitsland, daar reed er één."

Marianne de Groot: "En die hoorde ook echt bij een pension?"

Leni Saris: "Ja, maar ik weet niet meer waar het was; het is al zolang geleden."

Els Rozenbroek: "Een van de hoofdpersonen in die serie, vooral in het boek "En zo begon het" is Merel. Dat is een van onze grote favorieten. Wie is daar nou de inspiratiebron van geweest?"

Leni Saris: "De achtergrond was vooral mijn grote liefde voor het ballet. De mensen dachten zelfs dat ik er iets mee te maken had, maar dat was niet zo. Als je iets heel fijn vindt, kun je er goed over schrijven."

Els Rozenbroek: "Dus u had niet een bepaalde danseres in gedachten?"

Leni Saris: "Nou, ik was toen erg onder de indruk van de film "De rode schoentjes". Een beeldschone film. En die hoofdrolspeelster, dat was Moira Shearer, die zag er echt uit, zoals ik Merel beschreven heb."

"Alex had nog nooit zeegroene ogen gezien, maar de grote kinderogen hadden die kleur. Ze stonden in het mooiste gezichtje, dat hij ooit tegengekomen was en het zwarte haar, strak weggetrokken, danste op haar rug in een zware, krullende bos, die met een groen lint was samengebonden." ("En zo begon het")

Els Rozenbroek: "Ik heb een hele tijd serieus overwogen om, als ik een dochter zou krijgen, haar Merel te noemen. Maar ik vond het risico te groot. Ik dacht: straks krijg ik een blonde stoere dochter die helemaal niet op Merel lijkt, die helemaal niet donker en beeldschoon is."

Leni Saris: "Het komt vaak voor dat een kind naar een persoon in mijn boeken wordt genoemd. Dan komen ze mij vragen wat zo'n naam betekent. Tegenwoordig zoek ik het altijd maar even na."

Els Loesberg: "En dat andere zusje, Lon, bestaat die ook echt?"

Leni Saris: "Ja, maar ik weet niet meer wie ik toen voor ogen had. Dat geldt ook voor de liefdesgeschiedenis in dat boek over Lon, Lex en Merel. Die is echt gebeurd. Ik kan me alleen niet meer herinneren hoe en van wie ik het gehoord heb. Er zijn er een heleboel van wie ik het nog wel weet. Dat meisje Shera in "Vleugels... en de wereld aan mijn voeten" dat als kind uit een boom valt, en later toch een beroemd kunstschaatsster wordt - dat is een nichtje van mij. Die kreeg ook zo'n ongeluk, en die had hetzelfde karakter, hetzelfde doorzettingsvermogen - ze is alleen nooit een schaatsster geworden. En in het ziekenhuis, dat beschrijf ik ook in het boek, was iedereen gek op dat kind, alleen al door dat enorme doorzettingsvermogen van het kleine ding. Ik heb ook verschillende keren een bepaald onsympathieke tante beschreven, in "Lente Nocturne" en in "Tot ziens in Yamboyo". Nou, of die bestond! Ze is vorig jaar gestorven."

Els Loesberg: "Wist zij dat ze de inspiratiebron was?" Leni Saris: "Ik weet het niet, ik denk het niet."

Marianne de Groot: "Die tante Johanna in "Lente Nocturne" wordt op het laatst wel wat aardiger."

Leni Saris: "Nou, die van mij is nooit aardiger geworden. Ik had twee tantes. Die ene, een zuster van mijn moeder, was alleen hooghartig, maar verder wel aardig. En die andere, een zuster van mijn vader, dat was echt de gesel van de familie, nog erger dan tante Johanna. Alle neefjes en nichtjes trokken zich terug op de vestingmuren als zij in zicht kwam."

Els Loesberg: "U hebt ook een band met het circus?"

Leni Saris: "Ja, dat komt door een vriendin van mij. Die heeft model gestaan voor "Het applaus is voor jou, Isabella" en voor "Lili-Narcissa", boeken die allebei in het circus spelen. De verhalen die zij vertelde, daar genoot ik altijd van, Ze moest van haar vader ook bij het circus komen, maar zij wilde per se niet. Ze woonde bij haar oom en tante en ze groeide op tot een leuk meisje. Maar ze maakte zich zo lelijk en zo lomp mogelijk, net als in Lili-Narcissa."

Els Rozenbroek: "Deed ze dat écht?"

Leni Saris: "Ze was doodsbang dat ze mee moest. Pas later, toen dat niet meer hoefde werd het een verschrikkelijk aardig meisje om te zien; daarvoor was ze maar tuttig."

Marianne de Groot: "Schilderijen spelen ook vaak een belangrijke rol in uw boeken, in "De brug tussen gisteren en morgen" bijvoorbeeld en in "Pepita speelt met de zon"."

Leni Saris: "Dat komt doordat mijn vader altijd schilderde, altijd met schilderen bezig was, vanaf zijn jonge jaren. Ik heb vroeger ook gedacht voor ik ging schrijven: nou, ik ga maar tekenen. Maar als je daar helemaal niets meer aan doet, gaat dat over. Ik zou het nu niet meer kunnen. Hij schilderde prachtig en hij speelde piano. Daar heb ik het van. Mijn moeder was meer praktisch in gesteld. Ik had ook graag sieraden willen ontwerpen - je kan alleen niet alles tegelijk. Ik kom uit een familie van juweliers. Mijn grootvader van vaders kant ontwierp juwelen - hij ontwierp zelfs de gouden karretjes voor het vlooientheater. Dat had je vroeger nog. Ik hou erg van juwelen, ik ben altijd op jacht naar mooie dingen; dus dat zal wel erfelijke belasting zijn. Ik heb er uitvoerig over geschreven in "Edelsteentje".

Els Loesberg: "Merel heeft ook zo'n prachtig stel sieraden, die dauwdruppels."

Leni Saris: "O schei uit. Die dingen bestonden werkelijk. Een van die tantes had ze. Ik heb nog nooit zoiets moois gezien. Maar waar ze gebleven zijn weet ik niet. Ik heb er één keer naar mogen kijken - en daarna zei ze opeens dat ze ze helemaal niet had. Heel raar."

Marianne de Groot: "En de sieraden van dat andere zusje van Lon en Merel, Kyra?"

Leni Saris: "Ja, dat granatenstel. Ook dat bestond. Maar al die beeldschone sieraden zijn spoorloos verdwenen. Ik heb er helaas niets van geërfd. Dat artistieke van mijn vader en grootvader heb ik ook. Ik kan goed leuke feesten in elkaar zetten. Toen de "Schotse Symfonie" uitkwam heb ik bijvoorbeeld een echt Schots feest gegeven - dat was heel geslaagd. En ik kan leuke poppen maken, sierpopjes. Ik heb zelfs eens een bruidsstoet gemaakt. Maar een huisvrouw ben ik niet. Ik hoefde dat ook nooit. Ik werkte en ik schreef, en verder kwam ik nergens toe. Ik woonde bij mijn ouders en mijn moeder zorgde voor alles. Met het resultaat dat ik twee linkerhanden had. En toen mijn moeder dood was - ik at niet, ik kreeg er bijna een maagkwaal van. Mijn vriendin zei altijd: "Je kon nog geen water koken zonder het aan te laten branden". Dat is een heel moeilijke tijd geweest, maar dan leer je het echt wel. Ik kan koken, al zal ik nooit een superkok worden, en al ziet de keuken er daarna uit als een verbeterd slagveld. Ik heb wel iemand om het huis schoon te houden, want je moet mij niet achter een stofzuiger zetten - dan breek ik mijn nek erover, hij blijft achter alle tafels hangen, ik val overal over. Daar heb ik echt de pest aan. Nee, zo'n huisvrouw van: nou ga ik eens gezellig poetsen, dat ben ik helemaal niet. Maar mijn huis is gezellig en ik heb het prima naar mijn zin. Voor mij is sfeerbepalend dat het gezellig is, dat overal bloemen en planten staan, de open haard aan... Voor mijn part gaan mensen in een leefkuil zitten, maar ik vind er niks aan. En al die witte toestanden, die je in sommige bladen ziet, dat zegt mij niets. Ik vind het zo koel en zo koud als wat. Ik heb een heleboel leuke dingen van vroeger - die ga ik toch niet de deur uitdoen. En dan van die lekkere stoelen. Ik hang graag. Ik ben echt een type dat op stoelen gedrapeerd hangt. Als kind had ik ook altijd de neiging om languit op de grond te gaan liggen voor de open haard, en dan lekker een kopje thee bij je, heel knus."

Marianne de Groot: "U hebt het heel lang gecombineerd, werken op een notariskantoor en schrijven..."

Leni Saris: "Ja, dat was een verschrikkelijke zenuwentoestand. In feite ben ik nooit kantoorjuffrouw geweest, maar altijd schrijfster. Toch moest ik wel. In Nederland kan praktisch geen enkele schrijver van zijn boeken leven. Dat ik dat nu kan is iets om dankbaar voor te zijn. Je hoeft er niet voor naast je schoenen te gaan lopen, want je hebt het ook maar gekregen. Ik vond er niets aan op kantoor. Later werd ik chef de bureau. Nou, dat geef ik je ook te doen. Al die meiden in toom houden en zorgen dat ze niet de pee aan je krijgen. Moest er een vervelend werkje gebeuren, zaten ze met lange gezichten. Dan zei ik altijd: "Wil jij dat doen? En als je het niet wilt, doe het dan toch maar." In 1970 heb ik toen gezegd: "Ik wil geen twaalf maanden meer werken, ik wil steeds af en toe een paar dagen kunnen snipperen". Dat beloofden ze, maar het kon nooit. Toen kwam er zo'n streberig meisje op kantoor dat loog of het gedrukt stond, werkelijk ziekelijk. Die wilde echt carrière maken. Zij probeerde het leuke werk naar zich toe te trekken en mij de vervelende karweitjes in de schoenen te schuiven. Dat nam ik niet. En toen de baas dat niet veranderde, heb ik ontslag genomen. Dat sloeg werkelijk in als een bom."

Marianne de Groot: "Neemt u later in uw boeken weleens wraak op zo iemand?" Leni Saris: "Nee, als ik een onsympathiek iemand beschrijf maak ik daar toch geen wraakoefening van. Daar moet je voorzichtig mee zijn, want de mensen hebben de neiging om zichzelf overal in te herkennen."

Marianne de Groot: "U hebt wel verschillende keren uw kantoortijd beschreven."

Leni Saris: "Ja, in "Oase van Groen" en vroeger al in "Leontine"! De mensen die mij kenden zeiden altijd dat "Leontine" veel over mijn eigen karakter vertelde. Ik was toen veel introverter. Ik maakte vaak een hooghartige indruk. Zag ik mensen niet op straat. En daar waren ze dan kwaad om. Maar ik zag ze echt niet, want ik wilde mijn bril niet ophebben, dat was de hele zaak. Zo ijdel natuurlijk als ik weet niet wat. Als jong meisje vond ik een bril afschuwelijk, en nog. Je voelt je uitgerangeerd. Later heb ik lenzen geprobeerd, maar dat durfde ik niet."

Els Rozenbroek: "Leontine" was een van uw eerste boeken..."

Leni Saris: "Ja, samen met "De Muziek begon opnieuw". Het allereerste was "Licia zet door" - dat was eigenlijk meer een probeersel. Daar sta ik ook niet helemaal achter. Maar de uitgever vond het leuk en het komt nog steeds uit. Ik kan me voorstellen dat mensen als ze dat lezen en als ze niet weten dat het mijn eerste boek was, zeggen: "Nou, die is er ook niet op vooruit gegaan"."

Els Rozenbroek: "Ik weet ook nog dat ik het las en dat ik dacht: Hee, wat is die stijl opeens veranderd."

Leni Saris: "Mijn vriendinnen zeggen: "Ik vond je oude boeken gezelliger, want je hebt nu veel meer probleemtoestanden en onvolledige gezinnen". "Ja," zeg ik dan, "maar ik kan toch moeilijk nog zo schrijven als ik dertig jaar geleden schreef. Dat zou niet normaal zijn."

Els Rozenbroek: "Ze waren vroeger romantischer."

Leni Saris: "Ja, ook."

Els Rozenbroek: "U beschreef meer kleren en de mannen waren rijker en de huizen waren mooier..."

Leni Saris: "Ja, ik zeurde meer over inrichtingen enzo."

Els Rozenbroek: "Dat was geen zeuren; dat was juist enig."

Leni Saris: "Wat ik schrijf is geen literatuur - dat heb ik ook nooit beweerd. Maar ik stel wel eisen aan mijn boeken. Ik onderzoek alles voor ik erover schrijf. Ik erger me verschrikkelijk aan slordige fouten. Je kunt allemaal wel eens een foutje maken. Ik ben ook niet volmaakt, maar ik probeer altijd wel het zo goed mogelijk te doen. Ik kan echt zeggen dat ik met hart en ziel achter mijn boeken sta. Ik vraag me soms af: hoe komt het nu dat juist ik zo'n succes heb? Misschien omdat je schrijft zoals je praat. Als je schrijft kun je wel je best gaan doen op verschrikkelijk mooie zinnen, maar ik vind dat het gewoon moet overkomen. Ik denk dat ik anders nooit deze grote lezerskring had gehad. De laatste tijd heb ik reacties gekregen waar ik echt stil van werd. En daaruit blijkt dat je de mensen kunt helpen op een bepaalde manier, ook met iets dat geen literatuur is. Fantastisch vind ik dat.

Mijn boeken brengen gewoon gezelligheid. En mag dat niet? Moet je altijd geconfronteerd worden met de beroerdste kant van het leven? Mag je je nooit eens ontspannen? Toch vinden mensen mijn boeken soms erg triest. "Toen kwam jij, Annemarie" bijvoorbeeld..."

Els Rozenbroek: "Over die schrijver met dat verdwenen zusje."

Leni Saris: "Ja, en ze kwamen er later achter hoe zij om het leven gekomen was door wat hij in een boek geschreven had. Toen is er zoiets vreemds gebeurd: een paar jaar later gebeurde iets dergelijks echt. Een meisje dat verdronk, en dat kwam ook uit door een boek.

Met "Nevel in de lente", een van mijn latere boeken, heb ik ook zo'n merkwaardige geschiedenis meegemaakt. Aan het slot daarvan beschrijf ik een schilderij, zuiver uit fantasie. Bij mij in de buurt woont een schilder; hij lijst ook dingen in. Op een keer ging ik er naar binnen en daar stond dat schilderij! Precies zoals ik het beschreven had. Ik was er kapot van. Maar hij wilde het niet verkopen, en ik mocht het ook niet meenemen om er een foto van te laten maken. Later heeft een vriendin van me het nog geprobeerd. Maar nee hoor, hij was keihard. Hij dacht dat ik er een handeltje van wilde maken - ik zou niet eens weten hoe ik dat zou moeten doen."

Marianne de Groot: "Het gebeurt bij u vaak dat mensen die in een bepaald boek een rol spelen in een later boek ook weer voorkomen."

Leni Saris: "Al mijn boeken staan op zichzelf, maar het gebeurt inderdaad dat dezelfde mensen weer terugkomen. Ik vind dat je toch moet weten hoe het met bepaalde personen verder gaat. Dat vond ik vroeger zelf ook altijd vervelend als je dat niet wist. Ik heb indertijd jaren gezocht naar een vervolg dat aangekondigd was. Een hele tijd later bleek dat het nooit geschreven was. Maar ik schrijf eigenlijk nooit een boek met het idee: daar ga ik later een vervolg op schrijven. Dat komt vanzelf. Neem nou "Portret van zeven zusjes". Een van die meisjes is echt een buitenbeentje. Een paar jaar later dacht ik: Ja, maar dat is toch niet normaal. Het kan altijd, afwijkend gedrag. Maar als er eentje zó buiten de boot valt, dan moet er iets achter zitten. Daarom heb ik "Kern van kristal" geschreven waarin dat wordt uitgelegd."

Els Rozenbroek: "Tot mijn grote verbijstering laat u in "Reis in Duplo" opeens weer de vader van Cissy en Pop uit "Het leven is een wonder" en "De muziek begon opnieuw" opduiken die een half jaar na het overlijden van zijn vrouw is hertrouwd. En dat terwijl hij er zo verdrietig over was. Het was zo'n ideaal huwelijk. Waarom laat u die man opeens zoiets doen?"

Leni Saris: "Dat zal wel spontaan gebeurd zijn. Ik kan niet iedere gebeurtenis in een boek terugvoeren tot iets. Maar ik vond het zelf ook wel beetje hard, ja. Ik vond het niet aardig van mezelf. Schandelijk. Ik heb tegen mezelf "Foei" gezegd, maar het wilde niet anders. Het kan toch voorkomen - die man was gewoon eenzaam."

Els Rozenbroek: "Waarom schrijft u geen boek over Romana, de dochter van Merel?"

Leni Saris: "Ik zou niet weten wat ik van het lieve kind moet vertellen; daar heb ik nog nooit bij stilgestaan. Het zou kunnen. Ik wil graag nog eens over die familie schrijven. Ik zal erover nadenken."

Later schrijft ze in een brief aan Libelle: "Ik ga eens ernstig peinzen over het leven van Romana, maar dat duurt dan nog een tijd. Komen dóét het wel."

 


Reeds geplaatste titels:

Ballade voor Pamela | Casa cara | De brug tussen gisteren en morgen | De Familie | De Finsteringtraditie | De gebroken draad | De muziek begon opnieuw | De tocht naar het licht | De wingerdrank | De zilveren bodem | Dierenarts Filigrijntje | Echo in de wind | Edelsteentje | Een oase van groen | Eendagsbloemen | En ze lijkt zo op jou... | En zo begon het | Festival in Luzern | Gesloten schakels | Het Boshuis | Het leven is een wonder | Huis halverwege | Kindertehuis de Toekomst | Mijn dierbare gouden dag | Moeders gelukkige plant | Niet aan de overkant... | Om een plaats in de zon | Pepita speelt met de zon | Regine | Rumoer rond 'Het Schuurtje' | Soms geeft het leven gul | Van Raalte trilogie | Villa Zonneschijn | Wees mijn gast, speelman | Wervelend op glad ijs | Wie is Annabelle? | Zoals het water stroomt | Zon en schaduw rond het kindertehuis


©lenisaris.nl, juni 2005|

bijgewerkt op 21-05-2009