|
Eén van de
vriendinnen van Karin in Parijs is Tania Ogareff. Tania moet
onder heel wat moeilijker omstandigheden studeren dan Karin. Ze
woont in een donkere trieste steeg in Ménilmontant. Op een dag
verneemt Karin dat Tania alleen ziek thuis ligt en ze besluit
haar op te zoeken.
"Entrez," riep Tania's zachte
beschaafde stem.
Toen stond Karin in een zolderkamertje, laag donker en kaal. Het
was er ijzig koud en de scherpe wind gierde ongehinderd door de
spleten.
Het was er zo grauw en troosteloos en karin dacht aan haar eigen
gezellige, warme kamer en al de zorg, waarmee ze omringgd werd.
Er was maar één stoel in het kamertje en daarin zat Tania, in
een deken gerold, de voeten op een blik, dat zonderling
rammelde, toen ze het verschoof.
Voor haar op het tafeltje lag een boek.
"heb je me toch nog kunnen vinden?" Tania lachte en begon meteen
te hoesten. -
Karin kan het niet
aanzien en ze gaat aan de gang.
Een hele middag is ze bezig met het weer aan de praat krijgen
van de kachel en met het verzorgen van Tania. Natuurlijk komt ze
weer te laat voor haar lessen en Sergius is woedend.
Totdat hij verneemt van Karin's belevenissen van die dag.
Uiteindelijk is het Sergius die het mogelijk maakt, dat Tania
naar een sanatorium kan om te kuren. |