Mara Dennink kan goed tekenen, maar niemand trekt zich daar
veel van aan. Alleen haar jongere broer Joost bewondert haar.
Via deze broer komt Mara in contact met de jonge leraar Roland
ten Haaf. Ofschoon zij Roland meer dan normaal mag, heeft zij
toch het gevoel dat hij niet meer vertelt dan hij kwijt wil.
Wanneer de bewondering van Joost voor Roland plotseling
geheel omslaat, is dat een klap voor Mara. Zij komt te weten
dat er tijdens een zomerkamp van Roland en zijn jongens 'iets'
gebeurd is. Roland heeft in de ogen van Joost en Mara gefaald.
De trieste geschiedenis tussen Roland en Mara wordt
uitgepraat. Maar er is iets dat Roland moet overwinnen en
vinden: het geloof aan zichzelf. Mara weet hem zijn
zelfvertrouwen te doen herwinnen, rehabiliteert hem tegenover
zijn jongens en redt hun beider geluk. |